Ergotherapeuten stellen mensen in staat de dagelijkse dingen in de eigen omgeving te doen.
Ergotherapie richt zich vooral op het dagelijks handelen. Ergotherapie wordt ingezet als activiteiten die eigenlijk automatisch behoren te gaan, zoals aankleden, schrijven, eten, boodschappen doen, telefoneren, opstaan, fietsen, autorijden, (huishoudelijk) werk of hobby’s niet meer (volledig) lukken. Dit zijn allemaal handelingen die eigenlijk heel “normaal” zijn of zouden moeten zijn. De Ergotherapeut bekijkt samen met de cliënt hoe de cliënt deze activiteiten weer zo normaal mogelijk kan oppakken.

Ergotherapeuten versterken het dagelijkse handelen. Ergotherapeuten werken praktisch en leren hun cliënten de dingen die voor hen belangrijk zijn weer zelf te doen.
De ergotherapeut kijkt in die situaties samen met de cliënt wat hij of zij wél kan en in welke omgeving dat moet gebeuren. Wat zijn de mogelijkheden op school, in huis of op het werk? En wat moet en kan er verbeteren? Dat geldt niet alleen voor de inrichting van een huis of kantoor of eventuele hulpmiddelen maar het heeft ook betrekking op de mensen om de cliënt heen. Of dat nu familie, vrienden, collega’s, medescholieren, werknemers, werkgevers of hulpverleners zijn.